Verhalencompetitie: toekomstige schrijvers in klas HV1T?

1 juli 2019

De wereld verandert snel door technologische uitvindingen. Een future-proof baan als drone verkeersleider of (verticale) stadstuinier bestaat nu nog niet, maar straks wel! Hoe ziet de wereld van morgen eruit? En wat gaan scholieren van nu later doen in deze nieuwe, spannende wereld? Hebben ze daar al eens over nagedacht? Wat staat hen te wachten?

Om goed hierover na te denken hebben we dit jaar in de mentoruren van HV1T een verhalencompetitie gedaan. De leerlingen hebben leuke en spannende verhalen geschreven hoe ze de wereld van morgen zien. De beste 3 verhalen waren uitgeroepen tot de “beste schrijvers” uit HV1T en er waren nog de 5 leukste verhalen uitgekozen. Verder hebben de leerlingen ook leuke cadeautjes gekregen en we hebben er een gezellige dag van gemaakt.

    

       

De verhalen hebben de leerlingen met begeleiding van Jurre, hun docent Nederlands geschreven, want elk verhaal moest aan bepaalde eisen voldoen. Het doel van deze competitie was om de leerlingen te laten leren hoe ze een goede en samenhangende tekst in het Nederlands kunnen schrijven. Verder hebben we ook nagedacht om volgend schooljaar contact met Randstad op te nemen en onze klas voor de landelijke verhalencompetitie op te geven. Wie weet, zit er in deze klas een toekomstige schrijver!

Veel plezier met de bijzondere verhalen die hieronder staan!

Natalia Varchenko, mentor HV1T en docent Duits

 

ROBORAMP                                                                                       Sophie Ogbu (1e plek)

Elise is een meisje van tien jaar, ze schrijft in haar dagboek en beleeft veel dingen. Ze heeft een broer, Mathis van zeventien, haar moeder zit in een rolstoel. Tijdens de geboorte van haar zusje ontstond er een storing waardoor haar zusje overleed en haar moeder gehandicapt raakte. Haar vader werkt in het leger en heeft ze heeft hem al heel lang niet gezien en gesproken.

DAGBOEK VAN ELISE

Woensdag 11 April 2086

Ik lag lekker te slapen toen Mathis besloot om KEIHARD te gaan drummen. Waarschijnlijk EXPRES omdat hij wist dat ik nog vredig lag te slapen. Vandaag moet ik weer naar school, waar ik dus geen zin in heb. Ik moet vandaag mijn presentatie houden over mijn favoriete dier, de Koala, ik ben best zenuwachtig. Oh sorry ik word geroepen door mijn moeder voor ontbijt ik schrijf morgen wel verder.

Donderdag 12 April 2086

Mijn presentatie ging goed gisteren (gelukkig). Vandaag is mijn vader jarig, jammer dat hij niet thuis is. Ik heb hem wel een hi-Tech video kaart gestuurd, dus als hij de kaart opent krijgt hij de video te zien die ik voor hem heb gemaakt. Helaas stuurt hij er nooit een terug. Soms vraag ik me af of hij nog leeft maar als ik er over probeer te praten, valt er altijd een lange stilte. Ik ben alleen thuis want Mathis is naar drumles en mijn moeder is naar fysiotherapie. Ik pak een lekkere grote zak vol karamel en peuzel het op terwijl ik naar mijn favoriete serie zit te kijken. *30 min later* Ik ga nu mijn huiswerk maken bye.

ELISE’S PERSPECTIEF

Vrijdag 13 April 2086

Ik zit ondergedoken in de kelder, ik zie dat Mathis mijn moeder in de kelder probeert te krijgen maar dat gaat moeilijk vanwege haar rolstoel. Op dat moment zie ik een man uit de straat aankomen rennen die ik me vaag herinner. “HET IS EEN VIRUS” schreeuwt de man ‘’alle robots zijn besmet.” Nu schuilen we met z’n allen in de kelder.
Alles ging zo snel! Het begon toen we aan het ontbijten waren en we buiten gegil en het luchtalarm hoorde. Mathis ging buiten kijken wat er aan de hand was, al snel kwam hij schreeuwend terugrennen. Hij zei dat we naar de kelder in moesten en dat er een vrouw neergestoken was door een robot. Normaal doen robots nooit zo raar, dacht ik bij mezelf, ik wist dat dit een lange dag zou worden.

Ik hoorde gebonk op de kelderdeur en ik zag de deur schudden. Ik trilde van angst, wat zou er gebeuren als de deur zou worden opengebroken? Bij die gedachten brak de deur open. Mathis, mijn moeder en ik probeerde te vluchten. Mathis kon nog net op tijd mijn moeder meenemen naar de nooduitgang. Ik zag mijn moeder zo snel mogelijk haar rolstoel vooruitrijden, Mathis probeert mijn moeder te helpen door haar rolstoel te duwen, maar de robots komen steeds dichterbij. Ik hoor iets vallen en kijk achterom, het is mijn moeder die met haar rolstoel is gevallen over een steen. Mathis schreeuwt dat ik naar mijn school moet rennen en dat hij achter mij aan zou komen. Maar het was te laat, de robots hadden mijn moeder al te pakken, een van de robots gaf mijn moeder zo’n harde kopstoot dat het bloed meters ver spoot. Mathis kreeg bloed op zijn gezicht en veegde het zo snel mogelijk weg, hij greep mijn hand terwijl ik nog in shock stilstond en besefte dat mijn moeder was vermoord.

Mathis sleurde me mee mijn school naar binnen, op zoek naar andere mensen. We konden niemand vinden, het enige wat wij zagen was bloed en robot onderdelen die overal verspreid lagen. Mathis en ik schrokken van het geluid van een autoalarm buiten, Mathis raapte snel wat robot onderdelen op en trok me mee naar buiten. Toen we buiten kwamen zag ik een auto in de fik en schreeuwende mensen die over straat rende. HET WAS CHAOS! We rende snel naar het dichtstbijzijnde warenhuis waar veel mensen maar ook robots waren. Snel gingen we naar de bovenste verdieping waar het licht knipperde en de meubels verschoven waren. Beneden hoorde ik een hele harde knal en gegil, daarna was het opeens helemaal stil. Ik zei tegen Mathis dat ik bang was maar hij was te druk bezig met robot onderdelen verzamelen. Ik vertelde dat het geen zin had en dat we hier toch zouden sterven. Opeens zei Mathis; “Was papa hier maar.” Toen verloor ik mijn geduld en schreeuwde; “PAPA IS DOOD!” Mathis gaf me een klap en zei; “zeg dat nooit meer.” Toen viel er een lange stilte.

Mathis vroeg me of ik even kon helpen met een robot bouwen. “EEN WAT?” zei ik verbaasd. “Een robot” zei hij kalmpjes, alsof het super simpel was om te bouwen. Ik liep naar hem toe en begon hem te helpen, ook al snapte ik er niks van. Opeens hoorde ik en Mathis voetstappen onze richting opkomen, het was de man van de kelder. Ik en Mathis schrokken. De man zei; “een robot bouwen is niet zo makkelijk als je denkt jongeman.” Hij liep naar Mathis toe en keek hem diep in zijn ogen aan. “Laat me je helpen” zei de man met zo’n grote lach op zijn gezicht dat het eng werd. “Is goed” zei Mathis langzaam, nog steeds bang van de man zijn lach. Ik grinnikte, je had Mathis zijn gezicht moeten zien.

DAGBOEK VAN ELISE

Zaterdag 13 April 2087

Ik zit na te deken over het verleden en realiseer me dat het precies een jaar geleden is dat er een robot virus is uitgebroken. De robot die we aan het bouwen zijn, is bijna klaar. Mathis en de man zijn bezig met de laatste dingen instellen, ze praten over de toekomst en dat ze samen robots willen maken om de wereld te redden. “KLAAR” schreeuwt Mathis, ik ren snel naar hem toe en geef hem een knuffel. De man zet de robot aan en hij begint te werken. “Ongelofelijk” zegt Mathis, “tja dat is mijn beroep” zegt de man glimlachend. Gelukkig deze keer niet eng maar vriendelijk.

Woensdag 17 april 2087

We leven met de robot die Mathis samen met de man van de kelder heeft gemaakt. We leven de bovenste verdieping want er zijn nog steeds robots. De lift in het warenhuis is stuk en de trap ligt vol met lijken dus de robots kunnen niet naar boven komen. We hebben nog wel wat blikvoer maar we weten niet hoe lang we hiermee kunnen overleven. En het antwoord op de vraag is die niemand weet is;

                                Hoe zal het aflopen met de wereld van morgen?



----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Als je het van boven allemaal bekijkt                         Anna Gaasterland (2e plek)

8 mei 2053

Het zal je vast verbazen lief kind, dat als je het van boven allemaal bekijkt we alles van deze dag al hebben gezien. We hebben gezien dat de hele wereld in een oog opslag is veranderd.

Twee mannen staan in het midden van de kleedkamer. De een met warrig haar , een lange doktersjas en een raar baardje. De ander zag er verschrikkelijk onverzorgd uit en aan hun gezichten te zien hadden ze een behoorlijke discussie.

Ja maar jan! Nee Sam je doet het niet! Ja maar als jij de wetenschapsprijs krijgt voor het redden van het klimaat en ik dan opkom met mijn tijdmachine en het dan uitprobeer is er maar vierentwintig procent kans dat het mis gaat. Nee je doet het niet Sam, Het is te gevaarlijk. Je blijft hier! En Jan loopt woedend de kamer uit. Het tv scherm in de kamer gaat aan . Jan loopt vrolijk het podium op , en krijgt een grote prijs . Er klinkt luid applaus, zo luid dat je het in de kleedkamer nog kan horen.

Sam blijft even kijken, maar hij loopt al snel de kleedkamer uit. De kleedkamer is leeg, maar het scherm blijft aan staan. Sam komt het podium op en Jan kijkt geschokt. Je hoort geschreeuw en gegil; niet lang daarna valt het scherm uit.

Het tv scherm in de kleedkamer gaat aan een knappe nieuwslezeres begin te vertellen: ‘’Het is een schok! De wereld is veranderd in andere tijdsperiode. In Nederland zijn er nu wel drie in het noorden 2053 in het midden 2019 en in het zuiden 1932 “. We gaan nu over naar onze correspondent in Venezuela“.

Een lange vrouw verschijnt in het beeld. “Ja Marleen in Venezuela is het nu 1863. Het is alsof niks is veranderd, de mensen lijken het heel normaal te vinden. Marleen vraagt:’’Is er nog wat verandert aan de wetenschap, scholen en ziekenhuizen ? Nee Marleen niet dat we het weten, de medicijnen en de scholen en de boeken zijn nog precies hetzelfde“. En precies op dat moment valt het scherm uit.

15 jaar later

Een meisje van vijftien jaar met lang bruin haar en een witte blouse, een paarse rok tot aan de knieën en een koffer in haar hand .Staat samen met haar opa op het treinstation. Alles om hun heen speelt zich af in 1932, behalve de telefoons in hun handen.

De mensen lopen snel om bij hun trein te komen . De grote stoomtrein komt aan en de mensen stappen snel in. Het is druk in de trein en het meisje Maya en haar opa gaan in een lege coupé zitten. Het is de eerste keer dat Maya naar haar tante in het toekomst gedeelte gaat . Ze kent haar tante wel ,maar is nog nooit  zeeland uit geweest.  Maya kijkt aandachtig hoe het landschap met alleen maar boerderijen naar moderne  gebouwen uit 2019 overloopt. Al snel komt een slordig geklede man naar binnen .Hij kijkt een poosje naar haar opa die nietsvermoedend de krant leest. “Opa “, ja Maya  “Heb je ooit nog eens je broer terug gezien “? Haar opa kijkt op en krijgt tranen in zijn ogen . Ik zien hem liever niet!

Door hem zitten we in deze rotzooi met zijn stomme tijdmachine als hij gewoon naar mij had geluisterd was er niks gebeurd ! De man die bij hun in de buurt zit kijkt even om en gaat heel diep in zijn stoel zitten.

De minuten vliegen om en Maya kijkt naar de gebouwen. Ze begint net te wennen aan de buitenwereld van 2019; en dan opeens wordt alles langzaam groener en lijken de gebouwen net bomen. Alles wordt helemaal bezaaid met planten en er staan prachtige bloemen langs het spoor. Onder hun  banken komen kleine robotjes vandaan, die veiligheid instructies aan het opzeggen zijn. En ze vertellen wat mensen kunnen verwachten als ze in 2053 uit stappen. De trein stopt. Eerst stapt opa uit de trein en daarna Maya.

Een vrouw met kort haar komt naar hun toe lopen en geeft ze een knuffel. Ze geeft Maya een  fotolijst  met een briefje er in .

De brief is nogal oud en Maya kijkt verbaasd naar haar tante. Haar tante lacht en zegt dat Maya’s moeder altijd dingen uit de toekomst op schreef terwijl ze eigenlijk al wist dat ze die dingen niet zou meemaken.

Uit het niets komen overal politieagenten de trein uit gerend, ze houden de man vast die ook bij Maya in het coupé heeft gezeten. Hij lacht schamper en schreeuwt tegen opa: “Hallo grote broer leuk je weer te zien je bent oud geworden Jan!‘’.

Opa’s ogen vullen zich met tranen . Maya  zou wel willen schreeuwen! Want door die man waren haar ouders nu dood, vergiftigd omdat ze een oplossing hadden gevonden voor het tijdsprobleem. Hij had zijn eigen nichtje vermoord; haar moeder!

Als dat tot haar doordringt, hoort ze een knal, geschreeuw en wordt het licht in haar hoofd; ze valt op de grond. De mensen op het perron liggen allemaal bewusteloos op de grond. Het lijkt net alsof iedereen in een diepe slaap is. Het is doodstil op geadem van de mensen na. En Maya houdt de lijst met het briefje er in stevig vast.

8 mei 2053 brief 2

Lief kind

Dit is de laatste keer dat ik je kan schrijven. Je ligt heel lief op het perron het lijkt net alsof je slaapt. Papa en ik houden van je. Groetjes uit de hemel.

Mam
 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De geest uit het verleden                                                       Yael Elhanati (3e plek)

Een rode Lada reed de oprit op van een grote villa midden in het bos. Het was een nacht in oktober 1980 en de chauffeur van de Lada was de 23 jaar oude Willow. Naast haar zat haar 19 jaar oude broertje Jordan die maar van kanaal naar kanaal zat te schakelen op de autoradio. ‘De muziek uit deze tijd is echt saai’, zei Jordan met een zucht. ‘Ik wil terug naar onze tijd’. ‘Snap ik Jordan, snap ik. Maar dit is heel belangrijk’, zei Willow. Jordan zuchtte. ‘Wij helpen de overheid wel weer, prima.’ Willow en Jordan komen uit het jaar 2025 en ze zijn terug in de tijd gestuurd om een villa te bestuderen. Ze zijn naar 1980 gestuurd omdat toen de raarste paranormalen dingen gebeurden in dit huis. Ze waren al sinds 1980 bezig met bestuderen, maar in 2025 was er een grote storm en die blies het hele huis omver. Ze konden niet meer verder met bestuderen tenzij ze terug in de tijd gingen. Tuurlijk hebben ze dat gedaan. Willow en Jordan zijn net aangekomen met hun tijdmachine. Die zit in de achterbak van de Lada. ‘Oké, laten we maar kijken wat er nou aan de hand is in dit huis.’ Willow en Jordan stapten uit de auto en maakten de deur open met de sleutel die ze hadden gekregen. Binnen zag het er ouderwets en stoffig uit. Toen ze de deur achter zich sloten begon de vloer heel erg te kraken. Nog meer zelfs toen ze door het huis liepen. ‘We waren toch alleen?’ kuchte Jordan. ‘Tuurlijk niet’, lachte Willow. ‘Waarom zijn we hier Jordan?’

‘Ha, ha, ha. Erg grappig, Willow’, zei Jordan op een boze maar bange toon. ‘Het was niet eens een grap Jordan.’ Willow liep de woonkamer in en plofte op de bank waar nu heel veel stof vanaf kwam. Willow en Jordan kuchten beiden bijna hun longen eruit. ‘Niet zo slim’, kuchte Willow. ‘Oké, laten we onze apparatuur hier neerzetten.’ Willow en Jordan zetten hun rugtas op de grond en pakten hun spullen eruit. De apparatuur bestond uit een paar computers, een oud jaren 80 paar walkie talkies, speakers, en een moderne telefoon. Toen ze klaar waren met alles klaarzetten hoorden ze de wind hard waaien. ‘Zullen we anders boven kijken?’ vroeg Jordan. ‘Prima ik kom eraan.’ Net toen Willow dat had gezegd kwam er een krakend geluid achter hen vandaan. Ze draaiden zich om en ze zagen dat er een platenspeler uit zichzelf begon te spelen. Het klonk alleen nog niet zo goed. Het nummer dat de platenspeler probeerde te spelen konden ze nog niet herkennen. Het werd steeds duidelijker. ‘Het is gewoon pianomuziek’, zei Jordan met een rilling door zijn stem. ‘Niet zomaar piano muziek. Is het Queen?’ ‘Mama, just killed a man.’ Toen was het weer stil. ‘Was dat Bohemian Rhaphsody, Willow? Of was dat gewoon de platen speler?’ ‘Ja Jordan. Dat was het, maar het klonk niet alsof Freddie Mercury het zong.’ BAM! Achter hen viel er een vaas op de grond en alle scherven vlogen door de lucht. De computerschermen begonnen rood en wit te knipperen, de speakers begonnen hard te piepen en de walkie talkies begonnen als een gek te schakelen naar de verschillende kanalen. ‘Ze zijn er Jordan! De geest is er!’ Jordan en Willow keken elkaar bang en gespannen aan. ‘Het lijkt net alsof het met onze apparatuur aan het spelen is’, zei Jordan enthousiast. Hij liep gebukt naar zijn rugtas en pakte daar een zwarte doos uit. Hij legde die op de grond bij de platenspeler. ‘Heb jij de sleutel Willow?’ Willow voelde haar zakken en pakte er een sleutel uit. ‘Kan je vangen?’ zei Willow met een lach op haar gezicht. Ze gooide de sleutel naar Jordan en hij ving hem met een hand. ‘Nice’. Jordan opende de doos en ging op een afstandje staan en een klein lampje dat op de doos zat begon heel wild rood te knipperen. Het doosje begon rond te tollen, de platenspeler begon weer te kraken, de speakers begonnen harder te piepen en de walkie talkies begonnen sneller te schakelen. ‘Willow! Waar is de telefoon? We moesten filmen hoe de doos de geest pakt!’ schreeuwde Jordan naar de andere kant van de woonkamer waar Willow tegen een muur gedrukt was. ‘Oh ja, ik pak hem!’ Willow zakte langzaam op haar knieën en kroop naar de koffietafel om de telefoon te pakken. Maar net toen ze haar hand uitstrekte werd de telefoon tegen de muur  aan gesmeten. ‘Volgens mij zit de moderne apparatuur de geest dwars!’ schreeuwde Willow. ‘Vergeet het filmen we hebben geen tijd!’ schreeuwde Willow. ‘Wacht, Willow, wat zei je nou net?’ ‘Dat je het filmen moet vergeten misschien?’ ‘Nee daarvoor!’ ‘Oh dat de moderne apparatuur de geest dwars zit!’ ‘Briljant, Willow!’ Jordan maakte een sprintje naar de speakers en draaide ze weg van de zwarte doos. ‘We moeten het lokken naar de doos door alle apparatuur weg te draaien!’ Willow begreep wat hij bedoelde en draaide de schermen van de laptops weg van de doos. De zwarte doos begon harder en harder te tollen. Nu kwamen er ook lichtflitsen vanaf. ‘Het werkt!’ schreeuwde Willow. De doos klapte dicht en het lampje begon groen te branden. Willow en Jordan keken elkaar opgelucht en verward aan. ‘Sjezus, wat zie jij eruit’, zei Jordan die lachend naar het verwarde haar van Willow wees. ‘Naja zeg, ik weet niet of je jezelf hebt gezien maar …’ Willow wees lachend naar Jordans bezwete en vermoeide gezicht. ‘Maakt niks uit’, lachte Jordan. ‘Kom Jordan, volgends mij kunnen we terug naar huis’, zei Willow terwijl ze opstond en de apparatuur begon in te pakken. Toen ze klaar waren pakten ze de zwarte doos op en liepen ze naar buiten. Ze stapten in hun rode Lada en keken nog even naar het huis. ‘Start jij de tijdmachine?’ ‘Ja, als jij begint te rijden’, zei Jordan. En ze reden terug naar 2025.

 

TERUG NAAR NIEUWS OVERZICHT